Reactie van de bewindslieden

Een blik in de spiegel

“Goed dat de inspectie ons weer scherp houdt met observaties en kanttekeningen...” zegt Jet Bussemaker als ze het rapport De Staat van het Onderwijs 2017 in ontvangst neemt. Maar ze voegt er onmiddellijk aan toe: “Dat kan vanuit het uitgangspunt dat het onderwijs in Nederland van hoog niveau is. We horen nog steeds bij de top en de subtop.”

En dat kunnen we vasthouden door voort te gaan op de heldere lijnen die al zijn uitgezet, zegt Bussemaker: “Om het onderwijs iedere dag een stapje beter te maken”. Maar er zit een 'en' in haar reactie. Want, zegt ze: “Er moet wel iets gebeuren. Vorig jaar gooide de inspectie een steen in de vijver met het vaststellen van ongelijkheid. Er was duidelijk werk aan de winkel.”

Het is goed dat we de spiegel voorgehouden krijgen door de inspectie.

Meer verantwoordelijkheid
Die uitdaging is opgepakt, gaat Bussemaker verder. Er is al veel verbeterd, ook op het vlak van ongelijkheid van kansen. Nu blijkt echter een deel van die ongelijkheid ook bij de scholen zelf te zitten, ongeacht het opleidingsniveau of de achtergrond van de ouders. Bussemaker: “Daar moeten we scherp de aandacht op vestigen. Ik zie grote verschillen. Ik zie dat scholen met een duidelijk plan, een visie, en een leiding die daarop stuurt het goed doen. Maar ik zie ook scholen die bij het verdelen van hun middelen, bijna mechanisch verdelen. Daar kunnen scherpere keuzes gemaakt worden. Meer vrijheid bij die verdeling betekent ook meer verantwoordelijkheid voor de scholen.” We kunnen samen werken aan verbeteringen op het gebied van gelijke kansen, zegt Bussemaker. “Uiteindelijk moet het op de scholen gebeuren!”

Arbeidsmarkt
Wat leggen de –demissionaire– bewindslieden op tafel bij het nieuwe kabinet? Bussemaker: “De discriminatie op de arbeidsmarkt, dat is echt een groot probleem. Kinderen die goed onderwijs hebben gehad, maar die vervolgens niet aan een stage of een baan kunnen komen. Werkgevers moeten daar op worden aangesproken. Maar het begint al eerder, bij de loopbaanoriëntatie. Daar hebben we onlangs een brief over geschreven, hoe zorg je dat daar de juiste keuzes kunnen worden gemaakt?” Bussemaker sluit af: “Het is goed dat we de spiegel voorgehouden krijgen door de inspectie.”

Mythe doorgeprikt
En we moeten vervolgens onder ogen durven zien wat we daar in die spiegel zien, zegt Sander Dekker. “Ik hoor heel vaak dat we het in ons land allemaal goed op orde hebben. Dit rapport prikt die mythe door. Het gaat hier om verschillen in kansen die echt herleidbaar zijn tot verschillen tussen scholen. We weten nu waar we staan, we kunnen nu heel gericht werken aan verbetering. We moeten nu vooral aandacht geven aan de scholen in de middenmoot, door voorbeelden te geven van scholen die zich goed verbeterd hebben.”

Ga bij elkaar kijken, leer van elkaar, de voorbeelden laten zien dat je heel snel kunt verbeteren.

Geen genoegen met middelmaat
We hebben gezien dat scholen in staat zijn om snel te verbeteren, zegt Dekker. “Het aantal zwakke scholen is snel gehalveerd. Het aantal excellente scholen is snel verdubbeld. Daar hebben we keihard aan gewerkt. Dat lijkt in tegenspraak met de resultaten van dit rapport, maar er is een grote middengroep aan scholen waar nog wat moet gebeuren. De ‘niets-aan-de-hand’ scholen. We moeten geen genoegen nemen met de middelmaat! Ga bij elkaar kijken, leer van elkaar, de voorbeelden laten zien dat je heel snel kunt verbeteren.” Het ministerie kan daarbij handreikingen geven en ondersteunen. Je hoeft het niet alleen te doen, maar, zegt Dekker: “Ga daar niet op zitten wachten! En wees niet te snel tevreden met hoe het gaat!”

 

Voeg toe aan selectie