Zeven ‘staten van’...

onder WIJS moet je DOEN

U dacht misschien dat u er was met één Staat van het Onderwijs. Maar er worden vandaag maar liefst zeven andere ‘staten’ aangeboden. Dat gebeurt op een gezellige luie bank op het podium. Maar er is weinig tijd om even lekker in de kussens weg te zakken: iedere ‘pitcher’ heeft maar anderhalve minuut de tijd om zijn/haar ‘staat’ te presenteren.

De Staat van Internationaal onderwijs in Nederland
Het internationale onderwijs bijt het spits af. Chiel Renique benadrukt dat het internationale onderwijs in Nederland van vitaal belang is voor onze economie. Ongeveer 19.000 leerlingen uit veel verschillende landen volgen internationaal onderwijs in ons land. “Als we naar het buitenland kijken zitten we in de middenmoot qua leerlingenaantallen. Maar als we kijken naar het groeitempo dan staan we op nummer één. En die groei gaat in de toekomst alleen nog maar doorzetten...” De economische ontwikkelingen zorgen voor een steeds grotere vraag naar goed internationaal onderwijs. Uit deze staat blijkt dat er veel wordt geïnvesteerd in het aanpakken van de wachtlijsten. Maar er zijn meer uitdagingen. “Wellicht de gevolgen van de Brexit?” vraagt Marijke Roskam. Dat blijkt mee te vallen. Renique: “Dat is voor ons eigenlijk alleen een extra kans...”  

De Staat van Nederlands onderwijs in het buitenland 
Ook Karen Peters heeft maar anderhalve minuut, dus ze werpt snel wat cijfers de zaal in. “Ongeveer 14.000 Nederlandse kinderen volgen onderwijs in het buitenland. Op ongeveer 200 scholen, in 119 landen. Ongeveer 40% van die kinderen keert binnen vijf jaar weer terug naar Nederland. Het zijn de wereldburgers van de toekomst!” Peters breekt een lans voor goed onderwijs aan deze kinderen. Het is inspirerend om zich sterk te maken voor deze groep, maar Peters ziet ook zorgwekkende ontwikkelingen. “Er is minder financiering en de aantallen lopen terug.” Ze wil ook even een misvatting rechtzetten. Het gaat al lang niet meer over de kinderen van ‘rijke expats’. “Er komen steeds meer zelfstandige ondernemers die hun kinderen in het buitenland goed onderwijs willen geven.” 

De Staat van Universitaire lerarenopleiding
Klaas van Veen opent, namens de universitaire lerarenopleiding, zelfbewust met het aantrekken van het boetekleed. “Het krijgen van harde kritiek is gezond. En we hebben veel kritiek gehad... Soms terecht, soms onterecht. Kritiek zet dingen in beweging, en beweging is gezond. We zijn met die kritiek hard aan de slag geweest. We hebben veel aandacht gegeven aan flexibeler worden, aan het leveren van maatwerk. We hebben veel geïnvesteerd aan het versterken van de vakdidactiek. We zijn bezig met het versterken van de samenwerking met scholen, en met het hbo. We hebben per slot van rekening een gezamenlijk belang: het opleiden van goede leraren.” Hij sluit af met een welgemeend: “Blijf ons bekritiseren! Voor ons is het heel gezond!”

De Staat van de Ouder
Peter Hulscher valt met de deur in huis: “Onze Staat van de Ouders laat zien dat 90% van de ouders eigenlijk best tevreden is. Maar ook dat veel ouders de samenwerking met de school missen.” Ouders zijn vaak onzeker over hun rol, en over wat er van ze verwacht wordt. Er is veel behoefte aan informatie. Voor de Staat van de Ouders is een enquête gehouden onder 1.000 vaders en moeders, aangevuld met 40 groepsgesprekken. De algemene tendens is dat de ouders tevreden zijn. Maar: “Er is veel behoefte aan specifieke informatie, bijvoorbeeld over pestbeleid. En over wat de school bewaart aan informatie over de leerling. Dat is vaak méér dan alleen de cijfers.” Ook kunnen ouders meer worden ingezet op hun expertise. Hulscher: “Bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid, of ICT. Bij ouders zit veel kennis en vaardigheid. Al is het maar voor het timmeren van een deksel op de zandbak!”    

De Staat van de Schoolleider
Schoolleider Harald Huijssoon heeft een prachtig beroep, zegt hij zelf. “Ik ben heel trots, want ik mag verschil maken. Het vak van schooleider is een echt ambacht!” Daar gaat zijn Staat van de Schoolleider over. Het is een magazine vol interviews en verhalen van schoolleiders, leraren, ouders en leerlingen. “Een tijdschrift vol voorbeelden, ik hoop dat jullie het met veel plezier gaan lezen en geïnspireerd worden door wat je leest.” Hij sluit af met een luid “Hoera voor het vak van de schoolleider!”

De Staat van de Leraar
Martijn van Schaik had vandaag eigenlijk gymles moeten geven, waarbij hij in 30 seconden de spelregels van trefbal moet uitleggen. “Dus anderhalve minuut voor deze pitch? Voor mij is dat zeeën van tijd.” Het sleutelwoord van zijn verhaal is ‘tijd’. Hij zegt: “Er is te weinig tijd voor professionalisering in de agenda van veel leraren. Er is wel tijd in de takenlijst, maar geen tijd in de feitelijke agenda.” Vervolgens legt hij de nadruk op informeel leren. Misschien wel 70% van wat je leert, ook als leraar, pik je informeel op. Van Schaik: “Dus stap uit je klaslokaal. Kijk naar een collega. Zoek meet-ups op, doe mee aan ontwikkelfondsen... Of ga kijken bij het bedrijfsleven!”

De Staat van de Leerlingen
Dan stroomt het podium vol met de mensen waar het vandaag eigenlijk allemaal om draait: kinderen, leerlingen, studenten... Ze dragen zelf-ontworpen shirts met ‘Onderwijs met je doen’ in grote letters op de voorkant. Het is ook de strekking van het verhaal van Vincent en Marloes: “We willen graag leren door dingen te doen. We hebben een enquête gehouden onder leerlingen. Daar kwam uit dat het onderwijs een dikke voldoende van ons krijgt. De meerderheid van de leerlingen gaat graag naar school. Maar er zijn ook wat verbeterpuntjes.” Die liggen vooral op het vlak van de boodschap op hun shirts: het ‘doen’. Vincent: “Meer dan de helft geeft dat aan. Kijken en luisteren naar een leraar met een verhaal is niet genoeg. Je leert het meest als je iets doet.” Hij brengt het ‘doen’ meteen in de praktijk door zijn mobieltje te pakken: “Zo, nou wil ik even snel een selfie maken van de staatssecretaris in ons t-shirt.” 

 

Voeg toe aan selectie