Workshop

Waarom het ene kind een kans krijgt en het andere niet

Schooladvies in de praktijk
Waarom krijgt het ene kind een havo-advies terwijl het andere kind beter naar het vmbo kan gaan? Tijdens een workshop in de Kalvermelk-zaal mogen de deelnemers in real time een schooladvies uitbrengen. Dat blijkt nog lang niet zo eenvoudig.

“Zijn er leraren in de zaal? Schoolleiders, bestuurders?” vraagt Sven Baijens, inspecteur voor het voortgezet onderwijs, aan de zaal. Voorzichtig gaan een paar vingers omhoog. “In ieder geval een minister!” roept iemand en wijst naar minister Jet Bussemaker die stilletjes de zaal is binnengekomen. Op het scherm staat een set gegevens geprojecteerd van werkelijke, maar geanonimiseerde leerlingen: hun motivatie, de ondersteuning vanuit huis en de scores op begrijpend lezen en rekenen. En hoe slim is de leerling eigenlijk?

Schooladvies voor Mariëlle
Het zijn de resultaten van een nog lopend onderzoek naar kansenongelijkheid: op basis van bovenstaande gegevens is gekeken naar de schooladviezen voor verschillende leerlingen. “Nu is het aan jullie om te bedenken welk schooladvies je deze leerlingen zou willen geven voor het voorgezet onderwijs,” zegt Martin Uunk van de onderwijsinspectie. We beginnen met Mariëlle, een ijverig en gemotiveerd meisje dat veel ondersteuning vanuit huis krijgt, maar wat minder goed scoort op rekenen en begrijpend lezen. Welk schooladvies krijgt ze mee: vmbo-t, havo of misschien vwo?

Er ontstaat een gezellige drukte onder het bordje vmbo-t. Een vrouw uit de zaal motiveert haar keuze: “Ik dacht dat ik daar leerachterstanden zag staan, dus ik wilde vooral niet te hoog inzetten.” De dame schuin achter haar zegt: “Als dit meisje iets hoger had gescoord op begrijpend lezen dan zou ik voor de havo kiezen, omdat ik weet dat als leerlingen sterk zijn in begrijpend lezen nog een hele slag te maken valt.” Uiteindelijk komt Baijens met het verlossende woord: Mariëlle blijkt op dit moment in de derde klas van het vmbo-t te zitten.

Homogeen of dakpanklas
En wat doen we met Paul? Een niet zo gemotiveerde leerling die wél hoog scoort op technisch lezen en spelling. Er wordt flink getwijfeld , gewikt en gewogen. Dan verzamelen de meeste deelnemers zich onder de bordjes havo en vwo. Een man uit de zaal ziet de slechte motivatie van Paul juist als een pluspunt vanwege de “enorme groeimogelijkheden.” Een andere deelnemer vindt het advies voor Paul lastiger. “Na ruim veertig jaar onderwijs heb ik hele brede brugklassen meegemaakt, dakpanklassen en de homogene klassen. Wat ik vooral heel erg jammer vind is dat de mavo-havo brugklas is verdwenen.” Minister Bussemaker draait zich om: “Is dat wat je het meeste betreurt?” De man knikt: “Ja, dat zorgde ervoor dat ouders een keuze moesten maken.”

Bij Paul blijkt er nog een addertje onder het gras te zitten. De gegevens worden bijgesteld en nu blijkt hij plotseling sterk gemotiveerd te zijn maar krijgt weinig ondersteuning vanuit huis mee. Welk advies zou nu op plek zijn? Een dame uit de zaal die eerder nog bij vmbo-t stond schuift nu door de havo. In haar overweging speelt juist de áánwezigheid van motivatie een doorslaggevende rol voor een hoger schooladvies. Inspecteur Uunk kijkt geamuseerd om zich heen. “Wat je ziet is dat deze leerlingen gaan leven op basis van deze gegevens. Dat je denkt: o, dit is er zo eentje. Dat is er zo eentje.”

Groepsmechanisme
Tot slot verschijnt een stelling op het scherm: Bij twijfel opwaarts. De meeste deelnemers zijn het eens met deze stelling. Een man voorin de zaal zegt: “Als er echt sprake is van twijfel dan kun je alleen voor opwaarts kiezen.” Naast hem staat minister Bussemaker. “Ik sta voor opwaarts,” zegt ze. “Maar stel nou dat het een kind is dat heel moeilijk kan omgaan met teleurstellingen? Dan zou dat tóch een motivatie zijn om te twijfelen. Het gaat erom wie je voor je hebt.”

Volgens Uunk spelen er allerlei afwegingen mee in het schooladvies, maar een niet te onderschatten factor is dat we ook naar elkáár kijken, iets wat vandaag ook in de praktijk gebeurt. “Als er vier tot vijf mensen betrokken zijn bij het advies, dan treedt het groepsmechanisme in werking.” Baijens onderschrijft dit: “Iedereen kijkt naar andere zaken en los van de feiten hebben we onze eigen oordeelsvorming. Dat bepaalt voor groot deel waarom het ene kind een kans krijgt en andere niet."

Voeg toe aan selectie